Aansluiten op een warmtenet: wat een vergaderlocatie moet weten voordat ze tekent
Steeds meer locaties in de grotere steden krijgen bezoek van een warmtebedrijf of een gemeente die voorstelt het gebouw aan te sluiten op een warmtenet, vaak op het moment dat de cv-installatie aan vervanging toe is of de wijk van het gas af gaat.

Het aanbod dat ineens op tafel ligt
Steeds meer locaties in de grotere steden krijgen bezoek van een warmtebedrijf of een gemeente die voorstelt het gebouw aan te sluiten op een warmtenet, vaak op het moment dat de cv-installatie aan vervanging toe is of de wijk van het gas af gaat. Voor een vergaderlocatie of evenementenzaal klinkt dat aantrekkelijk, omdat de verwarming dan niet meer in het eigen gebouw wordt opgewekt en er geen warmtepomp met buitenunits op het dak of in de binnentuin hoeft. Waar het stroomnet vol zit, speelt nog iets mee, want warmte uit een warmtenet vraagt nauwelijks extra elektriciteit, terwijl een grote warmtepomp juist een zwaardere stroomaansluiting kan vereisen die in veel regio's voorlopig niet te krijgen is. Toch is een aansluiting een beslissing voor lange tijd, en het loont om te weten waar je voor tekent.
Een nieuwe wet die de spelregels verandert
Het speelveld is de afgelopen jaren flink veranderd, omdat de Wet collectieve warmte eind 2025 door beide Kamers is aangenomen en de oude Warmtewet uit 2009 vervangt. Die wet legt de regie bij gemeenten, die gebieden kunnen aanwijzen waarin één warmtebedrijf het net aanlegt en exploiteert, en schrijft voor dat nieuw aangewezen warmtebedrijven voor meer dan de helft in publieke handen zijn. De tarieven worden op den duur gebaseerd op wat productie en distributie werkelijk kosten, in plaats van gekoppeld aan wat je met gas zou betalen, zodat de prijs minder meebeweegt met de gasmarkt. Een deel van de wet is begin 2026 in werking getreden, maar het merendeel volgt pas samen met het Besluit collectieve warmte, dat halverwege 2026 nog in procedure was, waardoor de overgang voorlopig nog gaande is.
De bron bepaalt hoe groen het is
Een warmtenet is zo duurzaam als de bron die erachter zit, en daar lopen de verschillen tussen steden en wijken behoorlijk uiteen. Warmte uit geothermie, restwarmte van industrie of datacenters of aquathermie uit oppervlaktewater heeft een heel andere uitstoot dan warmte uit een gasgestookte centrale of uit biomassa, en die verschillen werken door in de CO2-cijfers die je later voor een event wilt rapporteren. De nieuwe wet verplicht warmteleveranciers hun systemen te verduurzamen en daarover te rapporteren, zowel op de factuur als openbaar, zodat je als afnemer beter kunt zien waar je warmte vandaan komt. Vraag daarom bij een aanbod altijd naar de huidige bronmix, naar de uitstoot per gigajoule en naar het plan voor de komende tien jaar, omdat een net dat nu nog grotendeels op gas draait over een paar jaar een heel ander profiel kan hebben.
Lees verder in de community
De volledige gids is beschikbaar voor leden. Word gratis lid en lees direct verder.
Veelgestelde vragen
De Wet collectieve warmte, aangenomen eind 2025, legt de regie bij gemeenten, die gebieden kunnen aanwijzen voor één warmtebedrijf. Nieuw aangewezen warmtebedrijven moeten voor meer dan de helft in publieke handen zijn, en tarieven worden gebaseerd op werkelijke productie- en distributiekosten in plaats van op de gasprijs.
